Ook ik was verrast dat het Brexit-kamp nipt won, terwijl ‘s men avonds nog vermoedde dat het Verenigt Koninkrijk bij de EU zou blijven. De eerste twijfel dat het wel eens ongunstig kon verlopen had ik na het lezen van het artikel van Joris Luyendijk, afgelopen week in de NRC. Decennialang ongenuanceerde informatie van eurofobe mediatycoons boven op de anti-Europese sentimenten die al eeuwenlang onder de bevolking leven hebben de balans doen omslaan. “Laten we als vrienden afscheid van elkaar nemen: onze culturele verschillen zijn te groot om daadkrachtig werk te maken van de modernisering van de Europese Unie”, stelde Luyendijk voor.

Bas van de Haterd schreef een interessant blog over de Brexit en aan dat stukje ontleen ik de volgende analyse van het stemgedrag:

  • Jongeren (25-) stemde 75% blijven
  • Ouderen (65+) stemde 61% vertrekken
  • Hoger opgeleid: 71% blijven
  • Niet hoger opgeleid: 55% vertrekken

Er is blijkbaar een generatie- en een opleidingskloof die het Verenigd Koninkrijk heeft verdeeld en beide groepen staan met de rug naar elkaar en zijn niet bereid naar elkaars argumenten te luisteren. Sterker nog, net als de Trump-campagne in de Verenigde Staten toonden de voormannen van de Brexit-kamp zich als ware bullshitters, alfamannetjes die – volgens Rob Wijnberg – volkomen onverschillig staan tegenover waarheid. In termen van Spiral Dynamics, een psychologisch model dat de fasegewijze ontwikkeling van mensen beschrijft, is hier sprake van een gesloten houding ten opzichte van volgende waardesystemen. De bullshitter is dominant rood, met geen enkele opening naar het volgende waardesysteem waarin juist de zuiverheid van redeneren centraal staat. Ook de daarop volgende systemen doen niet mee, waardoor bullshitters nooit aan een debat zullen deelnemen, laat staan een dialoog. Nee, zij bedenken – eigenlijk hun spindokters – grappige one-liners, zo krijgen zij de lachers op hun hand, halen vervolgens hun tegenstanders genadeloos neer en bevestigen zo het imago van een krachtig leider. De kloof wordt groter en de samenleving destabiliseert.

Er zijn redenen genoeg dergelijk gedrag te veroordelen, maar hebben zo ook ergens een punt? Ja hoor, weldegelijk!

Niet eens zo lang geleden was de omgeving waarin wij leefden en werkten vrij stabiel en voorspelbaar. Tegenwoordig wordt de omgeving gekenmerkt als volatiel, onvoorspelbaar, complex en ambigu (VOCA). We ervaren dat het tempo van verandering toeneemt, zelfs exponentieel stijgt. De impact van deze ontwikkeling is enorm en raakt alles en iedereen. De implicaties van deze stroomversnelling is zo groot dat wij, in de woorden van Rotmans, niet leven in een tijdperk van verandering, maar dat sprake is van een verandering van tijdperk.

De vertrouwde hiërarchische organisatiestructuren met vaste arbeidscontracten en collectieve arbeidsovereenkomsten sluiten niet aan, zijn veel te rigide om adequaat op de dynamiek in markten en de technologische ontwikkelingen in te kunnen spelen. Bovendien neemt de houdbaarheidsdatum van de kennis en vaardigheden van individuen sterk af. Niet alleen veranderen de kwaliteiten die nodig zijn om bestaande functies adequaat te vervullen. De functies zelf staan op de tocht. Door het proces van ‘creatieve distruction’ vervallen oude functies en ontstaat behoefte aan nieuwe kennis en vaardigheden.

De kansen om in deze stroomversnelling overeind te blijven zijn niet gelijk verdeeld: jong en beter opgeleid is een gunstige combinatie en de mensen die oud en slecht opgeleid zijn haken af. Zie hier het schisma van Brittannië, maar het Europese continent staat voor de zelfde uitdaging.

Een verandering van tijdperk impliceert een transformatie van instituties, organisatievormen en werkwijzen. De huidige oplossingen werken averechts, maken de problemen alleen maar erger, maar de nieuwe zijn er nog niet, zitten vol kinderziekten of voelen nog niet vertrouwd. Vele mensen, met name ouderen en slecht opgeleiden, zijn bang, en voelen zich niet capabel om de onzekere toekomst te omarmen. Zij willen terug naar de oude oplossingen, terug naar vroeger toen dit alles nog niet aan de orde was.

Dit maakt het indelen van politieke stromen in termen van links en rechts totaal irrelevant. De meest relevante tegenstelling lijkt nu progressief of conservatief.

Maar de groep die niet veranderbereid is heeft wel degelijk een punt: onze huidige maatschappij is niet geschikt als fundament voor een betere maatschappij! In de Cubrix beschreef ik dat organisatievormen aanvankelijk worden geïnspireerd door macht, en vervolgens door controle en beheersing. Dit laatste paradigma is nu dominant, maar vanwege de toenemende complexiteit, dienen organisaties en professionals te werken vanuit betrokkenheid en verbinding en gericht op afstemming en samenwerking.

fasegewijze-ontwikkeling

Figuur 1. Fasegewijze ontwikkeling (Cubrix, Van Marrewijk)   

Dit kunnen we niet langer via organisaties en collectieve arrangementen garanderen. Dit zet de boel juist vast, terwijl we werkvormen en organisaties moeten dynamiseren om opgewassen te zijn tegen de toenemende complexiteit en dynamiek van onze maatschappij. Door iedereen onvoorwaardelijk te includeren en een basisvergoeding te geven voor maatschappelijke inspanning kunnen we een gezond fundament creëren waarin veel meer individuen zich blijven inzetten voor een betere toekomst.Het is veel slimmer om in plaats van elkaar vanuit schuttersputjes te bestrijden met one-liners in dialoog te gaan over wat precies de problemen zijn en – nog belangrijker – wat de echte verlangens zijn. Ik maak mij sterk dat het draait om de eerlijke verdeling van inkomsten en daarmee het vergroten van de basisveiligheid van ieder individu.Het is overigens net zo idioot – of beter: een hiaat in de definitie van democratie – dat een groep van 50% +1 zijn wil kan opleggen aan de totale maatschappij. In het maatschappelijk ontwikkelproces is ‘majority rules’ een verbetering ten opzichte van een corrupte alleenheerser, maar het is raar om Brussel zo voor te stellen.De transformatie naar meer verbindende vormen van (zelf)organisatie kan alleen lukken indien we daadwerkelijk iedereen includeren. Het kan niet zo zijn dat de voordelen van nieuwe ontwikkelingen bij de ene groep terecht komt en het verlies exclusief door een andere bevolkingsgroep gedragen wordt. Dit lijkt mij de kern van veel kritiek rondom de Brexit, het migratiedebat, globalisering, vrijhandel et cetera.

Met bangmakerijen en tegenstellingen lossen we niets op.

Marcel van Marrewijk
Organisatiearchitect

Rotterdam
27 juni 2016