PvdA-kamerlid Eelke van der Veen kan eindelijk afstand nemen van het regeringsbeleid ten aanzien van de concurrentie in de zorg. Hij werd geïnterviewd in Arts & Auto, het lijfblad van de professionals in de zorg.

In het artikel wordt simpel weg gesteld dat de “markt zich kenmerkt door eigenbelang en bestaat bij de gratie van ongelijkheid”. Dit vond ik als econoom iets te gortig. Het is niet de markt, maar de ‘agenten’ in die markt – de consumenten, producenten, werknemers, overheden et cetera – die veelal handelen in de overtuiging hun eigen belang na te streven. Daardoor kan marktwerking resulteren in gunstige uitkomsten voor alle partijen. Mandeville schreef eeuwen geleden van de fable of the bees waarin ‘private vices’ resulteerden in ‘public benefits’. Het zijn de omstandigheden – de marktcondities – die markten al dan niet doen tenderen naar gunstige uitkomsten. Gunstig in de zin van maatschappelijk aanvaardbaar.

Het tweede deel van het citaat betreft de ongelijkheid. Mijns inziens wordt hier de informatie ongelijkheid en onvolkomenheid bedoeld die door spelers in die markt wordt benut en waardoor effecten ontstaan die je idealiter niet in de zorg zou willen zien. Als markten aanbieders de kans geven de klanten te selecteren waaraan je het meest kunt verdienen, dan zijn de rapen gaar. Zorgverzekeraars verkopen liever polissen aan gezonde mensen dan aan chronisch zieken en mensen met een ongezonde en onverantwoorde levensstijl. Door een overheidsmaatregel is een vereveningsfonds in het leven geroepen. De kosten boven de € 20.000,- worden verhaald op een gemeenschappelijk fonds dat door alle verzekeraars bij elkaar is gebracht. Zodoende waren de verzekeraars bereid tot acceptatie van de zorgplicht, waardoor de solidariteit is geborgd en alle mensen verzekerd kunnen worden, ook de kneusjes. Jammer genoeg heeft deze maatregel een averechts effect op gezondheidspreventie. Investeren in preventie levert geen financieel voordeel op voor de individuele verzekeraar want een besparing op ziekenkosten vindt voornamelijk plaats in het collectieve fonds. De realiteit van vandaag leert dat free riders gedrag prominenter aanwezig is op markten dan maatschappelijk verantwoord ondernemen. Het ander stuitend voorbeeld, aangehaald in het artikel, is de praktijk dat de kwaliteit van zorgprocessen wordt vastgesteld door personen die er financieel belang bij hebben de teugels te laten vieren zodat zij meer productie – lees omzet – kunnen maken.

Elke van der Veen komt mijns inziens, met een aantal goede suggesties. Bijvoorbeeld de introductie van de coöperatie in de zorg. Het eerste initiatief daartoe van verzekeraar DSW en het Vlietlandziekenhuis wordt echter tegengewerkt door de kamer en de NMA, terwijl de voordelen toch evident zijn: alle stakeholders kunnen plaatsnemen in de coöperatie en deze partijen hebben meer belang om de zorginstelling vitaal en gezond te houden dan de Raden van Toezicht, die veel al op te grote afstand verblijven of eenzijdig het belang kiezen van de artsen.

Elke pleit om eerst een toekomstvisie te ontwikkelen en vandaar te beredeneren wat op kort termijn nodig is. Wellicht moeten alle specialisten in dienst komen van de ziekenhuizen; dienen er poli’s te worden opgezet dichter bij de eerste lijn, en zal gegeven de vlucht van privéklinieken, waar de niet-acute, minder complexe zorg wordt aangeboden, het aantal ziekenhuizen kunnen worden teruggebracht, zonder het niveau van de zorg aan te tasten.

Marcel van Marrewijk
maandag 29 maart 2010 

NB (nawoord 2016)

Ronald van den Hoff auteur van Society 3.0 heeft mij in 2010 uitgedaagd een visie op de toekomst van de volksgezondheid en de zorg te ontwikkelen. Deze visie heb ik verwoord en is in het publieke debat van Mindz ingebracht. Gedeelten hiervan zijn verwerkt in de twee boeken van Koplopers in de zorg.